woensdag 14 januari 2026
Link naar publicatie:
Type bekendmaking:
beleidsregel



Uitvoeringsprogramma vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingswet 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest;

 

gelet op de artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit;

 

besluit:

Het uitvoeringsprogramma vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingswet 2026 vast te stellen.

 

1. Algemeen

1.1 Inleiding

Op 6 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024–2027 vastgesteld. In deze strategie zijn de algemene kaders beschreven waarbinnen uitvoering moet worden gegeven aan de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH-taken) onder het regime van de Omgevingswet. Daarnaast wordt hierin uiteengezet welke strategieën, prioriteiten en beleidsdoelen gelden voor de meerjarige beleidsperiode.

 

In dit Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingswet 2026 (hierna: uitvoeringsprogramma 2026) wordt toegelicht op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de uitvoerings- en handhavingsstrategie in het jaar 2026 en welke financiële en personele middelen daarvoor nodig en beschikbaar zijn.

 

Zowel dit uitvoeringsprogramma als de uitvoerings- en handhavingsstrategie zijn opgesteld ten behoeve van de VTH-taken die vallen onder het regime van de Omgevingswet. Uitgevoerde werkzaamheden die buiten dit regime vallen (zoals APV-taken en bijzondere wetten) maken geen onderdeel uit van dit uitvoeringsprogramma.

 

1.2 Doel van het uitvoeringsprogramma

Het vaststellen van een jaarlijks uitvoeringsprogramma is een wettelijke verplichting op grond van de Omgevingswet en artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.

Met het opstellen van uitvoeringsprogramma’s beoogt de gemeente de beleidsdoelen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie te vertalen naar concrete uitvoering. Dit vergroot de kans dat deze doelen daadwerkelijk worden bereikt. Daarnaast wordt in dit uitvoeringsprogramma beoordeeld of de beschikbare financiële en personele middelen toereikend zijn om de gestelde beleidsdoelen te realiseren en VTH-taken uit te voeren.

 

1.3 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt kort inzicht gegeven in recente ontwikkelingen en ontwikkelingen die zich vermoedelijk in het aankomende jaar op het gebied van VTH voordoen. Hoofdstuk 3 beschrijft welke activiteiten worden uitgevoerd om de beleidsdoelen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie te behalen. Hoofdstuk 4 biedt inzicht in de uitvoering van de VTH-taken en geeft daarnaast een overzicht van de benodigde capaciteit. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 uiteengezet op welke wijze de uitvoering van dit uitvoeringsprogramma binnen de organisatie is geborgd.

2. Ontwikkelingen

Op 1 januari 2024 zijn zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Deze wetten hebben grote impact gehad op de werkzaamheden binnen het VTH-gebied. Naast veranderingen in wet- en regelgeving zijn ook diverse maatschappelijke ontwikkelingen van invloed geweest op het VTH-werkveld in deze beleidsperiode. Hieronder wordt nader ingegaan op deze ontwikkelingen.

 

2.1 Omgevingswet

De Omgevingswet heeft geleid tot een ingrijpende transitie van het omgevingsrecht. Met deze wet zijn de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigd en samengevoegd, met als doel meer samenhang in het beleid te creëren. De wijzigingen in wet- en regelgeving vragen om een geheel nieuwe manier van werken voor overheden, waaronder de gemeente Oegstgeest.

 

De gemeente heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de implementatie van de Omgevingswet binnen de organisatie. Dankzij deze voorbereidingen was de gemeente goed voorbereid op de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2024. Dit betekent echter niet dat na die datum geen werkzaamheden meer zijn uitgevoerd in het kader van de verdere uitwerking van de Omgevingswet. De invoering van de wet brengt ook op de lange termijn extra werk met zich mee, waarvoor de VTH-organisatie nog steeds de nodige inzet moet leveren.

 

2.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) heeft tot doel de bouwkwaliteit te verbeteren door de introductie van een (private) kwaliteitsborger die toeziet op de naleving van de bouwregelgeving. Voor bepaalde vergunningplichtige bouwwerken moet een initiatiefnemer een onafhankelijke kwaliteitsborger inschakelen, die verklaart of het bouwwerk voldoet aan de bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het bevoegd gezag speelt bij de toetsing van de aanvraag geen inhoudelijke rol meer ten aanzien van de bouwtechnische voorschriften en houdt hierop ook geen toezicht meer. Dit nieuwe stelsel vereist een aangepaste werkwijze van gemeenten.

 

In 2025 zijn de eerste Wkb-projecten daadwerkelijk gestart binnen de gemeente Oegstgeest. Naar verwachting zal het aantal projecten in 2026 zowel in omvang als in complexiteit toenemen, mede doordat initiatiefnemers steeds meer gebruik zullen maken van de mogelijkheden binnen het nieuwe stelsel en ook grotere en technisch complexere bouwprojecten worden uitgevoerd.

 

2.3 Maatschappelijke ontwikkelingen

In 2026 wordt op VTH-gebied in Oegstgeest een toename van complexe vergunningaanvragen en bouwprojecten verwacht, mede door woningbouw, herontwikkeling en verduurzamingsinitiatieven. Tegelijkertijd blijft participatie van burgers en belanghebbenden belangrijk, en wordt ingezet op duidelijke en toegankelijke communicatie om naleving te bevorderen. De gemeente zal projectmatig blijven handhaven bij overtredingen met lage prioriteit, en moet inspelen op maatschappelijke druk rondom milieu, geluid en ruimtelijke overtredingen. Daarnaast blijven digitale dienstverlening en actuele kennis van de Omgevingswet, de Wkb en jurisprudentie essentieel om een effectieve, consistente en rechtszekere uitvoering van VTH-taken te waarborgen.

 

2.4 Evaluatierapportage uitvoeringsprogramma 2025

Op grond van artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit is het college verplicht jaarlijks te rapporteren over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie.

 

Voorafgaand aan de vaststelling van dit uitvoeringsprogramma heeft een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma tweeduizendvijfentwintig plaatsgevonden. Uit deze evaluatie zijn de volgende verbeterpunten naar voren gekomen, die zijn meegenomen bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma:

  • Voor de komende beleidsperiode is het aan te bevelen om de inzet evenwichtiger te verdelen tussen overtredingen met een lage en andere prioriteiten, zodat zo veel mogelijk in overeenstemming met de vastgestelde prioritering uit de Uitvoerings- en handhavingsstrategie kan worden gehandeld.

  • Het projectmatig handhaven voortzetten volgens de al vastgestelde planning en verbeteren door een meer efficiënte aanpak.

  • Het verbeteren en vereenvoudigen van de interactie en communicatie met bewoners blijft een doorlopend proces. In de volgende beleidsperiode moet daarom opnieuw aandacht worden besteed aan communicatie, zodat begrip en naleefgedrag verder worden bevorderd.

  • Het procesmatig werken binnen de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen verder stroomlijnen, met aandacht voor administratieve efficiëntie bij toezicht en handhaving binnen deze projecten.

  • Het vasthouden aan de intensieve en effectieve samenwerking met ketenpartners zoals ODWH en VRHM door middel van behoud en eventueel uitbreiding van vaste overlegmomenten. Hierbij is het belangrijk dat de samenwerking periodiek wordt geëvalueerd en tijdig passende bijsturing plaatsvindt wanneer zich problemen voordoen.

  • De samenwerking met de Leidse regio wordt op dit moment nog niet optimaal benut, waardoor kansen voor kennisdeling blijven liggen. In de komende beleidsperiode moet prioriteit worden gegeven aan het versterken van deze samenwerking.

3. Beleidsdoelen en activiteiten

In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de beleidsdoelen en bijbehorende activiteiten (uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie) waar de VTH-organisatie van de gemeente Oegstgeest in 2026 op zal inzetten.

 

#

Geplande uit te voeren activiteit

Draagt bij aan beleidsdoelstelling uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie

Omschrijving uit te voeren activiteit

1.

Projectmatige handhaving krijgt een plaats binnen de organisatie

De VTH-taken worden uitgevoerd conform de prioriteitstelling

Door projectmatige handhaving structureel te verankeren in de organisatie, wordt geborgd dat ook overtredingen met een lage prioriteit duurzaam aandacht krijgen. Projectmatig handhaven wordt onderdeel van de reguliere werkprocessen, waarbij de voortgang actief wordt bewaakt en aan het einde van de beleidsperiode wordt beoordeeld in hoeverre de doelen uit het projectplan zijn gerealiseerd.

 

De opstartfase van het projectmatig handhaven kostte in de vorige beleidsperiode de nodige tijd. Nu fase 1 van het projectplan (gericht op de nieuwbouwwijken) bijna is afgerond, is waardevolle ervaring opgedaan met deze werkwijze. In deze beleidsperiode kan verder worden ingezet op het efficiënter en effectiever oppakken van overtredingen, onder meer door het optimaliseren van processen en het benutten van leerervaringen uit de eerste fase.

2.

De toezichts- en handhavingstaken worden risico gestuurd uitgevoerd conform de prioriteitstelling;

De VTH-taken worden uitgevoerd conform de prioriteitstelling

Uit de evaluatie van het Uitvoeringsprogramma 2025 is gebleken dat in dat jaar relatief veel tijd is besteed aan het projectmatig handhaven van overtredingen met een lage prioriteit. Hierdoor zijn deze overtredingen in verhouding vaker opgepakt dan overtredingen met een hogere prioriteit. De voornaamste reden hiervoor was dat voor deze categorie overtredingen een inhaalslag noodzakelijk was, omdat hier gedurende langere tijd niet of nauwelijks handhavend tegen was opgetreden. Dit heeft ertoe geleid dat de vastgestelde prioritering uit de meerjarige Uitvoerings- en handhavingsstrategie in 2025 niet volledig is gevolgd.

 

In de huidige beleidsperiode wordt daarom structureel aandacht besteed aan het naleven van de vastgestelde prioriteitstelling, zodat de inzet van tijd en capaciteit weer beter in balans wordt gebracht met de beleidsdoelen. Daarnaast wordt gedurende het jaar steekproefsgewijs gecontroleerd of de gehanteerde prioritering nog steeds correct wordt toegepast. Op deze wijze worden eventuele afwijkingen tijdig gesignaleerd en kan waar nodig worden bijgestuurd. In de vorige beleidsperiode vond deze toetsing uitsluitend plaats tijdens de jaarlijkse evaluatie. In de komende periode zal deze controle vaker gedurende het jaar plaatsvinden.

Als gedurende het jaar blijkt dat opnieuw een onevenwichtige inzet ontstaat, kan ervoor worden gekozen om de uitvoering van het projectmatig handhaven te temporiseren en de focus te verleggen naar overtredingen met een hogere prioriteit. Op deze manier blijft het mogelijk om met de beschikbare capaciteit alle overtredingen op een verantwoorde wijze op te pakken.

3.

Brieven leesbaar maken en houden voor de doorsnee aanvrager.

De kwaliteit van de interactie en communicatie met de inwoners wordt verder verbeterd.

Helder geformuleerde brieven zorgen voor beter begrip van besluiten, verplichtingen en vervolgstappen, wat naleving bevordert en misverstanden voorkomt. In het kader van projectmatig handhaven zijn standaardbrieven ontwikkeld met specifieke aandacht voor begrijpelijkheid en duidelijkheid. Deze brieven worden in deze beleidsperiode niet alleen binnen het project gebruikt, maar ook breder toegepast binnen de reguliere werkzaamheden.

4.

Actief contact opzoeken met interne en externe collega’s om zo integraal mogelijke de VTH-taken uit te voeren.

De gemeente Oegstgeest leert werken binnen het nieuwe stelsel van de Omgevingswet.

De Omgevingswet vraagt om integraal werken. Dit houdt in dat bij initiatieven wordt gekeken naar de samenhang tussen beleidsonderwerpen en dat verschillende perspectieven en belangen zorgvuldig worden afgewogen. Een integrale blik is van essentieel belang bij de behandeling van omgevingsvergunningen. Daarbij moeten alle relevante belangen binnen de leefomgeving tegen elkaar worden afgewogen, met als doel om te komen tot één afgewogen besluit dat recht doet aan het totaalbeeld van het initiatief.

In deze beleidsperiode wordt daarom gericht aandacht besteed aan het versterken van zowel de interne als de externe samenwerking, zodat de integraliteit van de uitvoering verder kan worden vergroot.

5.

Contacten leggen en samenwerking opzoeken met kwaliteitsborgers;

De gemeente Oegstgeest leert werken binnen het nieuwe stelsel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Door op tijd contact te leggen met kwaliteitsborgers ontstaat duidelijkheid over rollen en taken. Dit zorgt voor een soepele uitvoering van het nieuwe stelsel. Wij werken samen in de eerste projecten, stemmen verwachtingen af en leggen ervaringen vast voor toekomstige trajecten. Op deze manier hopen wij samen met initiatiefnemers en kwaliteitsborgers te zorgen voor een vlot verloop van bouwwerken binnen gevolgklasse 1, waaronder ook enkele grote nieuwbouwprojecten voor woningbouw.

6.

Steekproefsgewijs de kwaliteit controleren.

De gemeente Oegstgeest leert werken binnen het nieuwe stelsel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

In 2025 zijn de eerste projecten onder de Wkb gestart. In deze periode is veel tijd gestoken in het leren werken met de nieuwe werkprocessen waardoor weinig tijd was voor controle op het proces en de inhoud.

In deze beleidsperiode worden steekproeven uitgevoerd om inzicht te krijgen in de werking van het nieuwe systeem, de kwaliteit van de borging en de kwaliteitsborgers. Wij kiezen hiervoor representatieve projecten, beoordelen de kwaliteit en delen de resultaten in de organisatie.

7.

Periodiek evalueren samenwerkingsafspraken.

De goede samenwerking met de ketenpartners wordt voortgezet.

In de vorige beleidsperiode is de samenwerking met ketenpartners (VRHM & ODWH) geïntensiveerd door middel van invoeren structurele overleggen en uitvoeren van integrale controles. Dit heeft tot gevolg gehad dat de afstemming en hierdoor de besluitvorming is verbeterd. Wel is in de vorige beleidsperiode geconstateerd dat de samenwerking met sommige ketenpartners om verscheidene redenen wat stroef is verlopen, maar hier is tijdig geëvalueerd en zijn stappen ondernomen om de samenwerking weer te verbeteren. Om deze progressie te blijven vasthouden moet in deze beleidsperiode ingezet worden op behouden van de structurele overleggen en evaluatie van de samenwerkingsafspraken.

8.

Opstellen samenwerkingsafspraken.

De samenwerking met de Leidse regio en interne collega’s wordt geïntensiveerd.

In de evaluatie van het Uitvoeringsprogramma 2025 is geconcludeerd dat de samenwerking met de Leidse regio verbeterd kan worden. Op dit moment vindt deze samenwerking slechts beperkt en (voornamelijk) ad hoc plaats. In deze beleidsperiode zal gewerkt worden aan verbetering van deze samenwerking door invoering van periodieke overleggen (interne vakberaden) en het opstellen van samenwerkingsafspraken.

 

Structurele samenwerking met de Leidse regio zorgt voor kennisdeling, efficiënte inzet van capaciteit en betere afstemming. Zo groeit de samenwerking van ad hoc naar structureel en doelgericht.

4. Uitvoering

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst in kaart gebracht wat de verwachte werkvoorraad (voor primaire en overige taken) is in 2026. Vervolgens wordt beoordeeld hoeveel uren moeten worden ingezet om deze taken in 2026 uit te voeren.

 

4.2 Verwachte werkvoorraad primaire taken

In de uitvoerings- en handhavingsstrategie is een opsplitsing gemaakt in verschillende categorieën activiteiten die worden uitgevoerd door VTH. Om de verwachte werkvoorraad vast te stellen voor 2026 is allereerst per categorie een inschatting gemaakt hoeveel vergunningaanvragen of vooroverleggen worden ingediend en hoeveel overtredingen/handhavingszaken verwacht worden. Deze schatting wordt in onderstaande tabel weergegeven. In deze tabel staan ook de prioriteiten per categorie weergegeven, zoals vastgesteld in de uitvoerings- en handhavingsstrategie.

Categorie

Prioriteit

Verwachte vergunning-

Aanvragen/meldingen 2026

Percentage te verwachten overtredingen

Aantal verwachte overtredingen 2026 1

Technische bouwactiviteit

 

 

 

 

  • -

    Gevolgklasse 1 (nieuwbouw woning, garageboxen, kleine bedrijfsgebouwen met maximaal twee bouwlagen. etc.)

Laag

3

0 %

0

  • -

    Gevolgklasse 2 (bibliotheek, onderwijs en woongebouw < 70 meter)

Hoog

2

0 %

0

  • -

    Gevolgklasse 3 (station, voetbalstadion, ziekenhuis en gebouw 70 meter)

Hoog

0

0 %

0

Ruimtelijke bouwactiviteit (Opa en Bopa )

 

 

 

 

  • -

    Bouwkosten onder € 25.000 (erfafscheiding, dakkapel, berging etc.)

Laag

155

15 %

23

  • -

    Bouwkosten €25.000 tot € 50.000 (kleine aanbouw, erker etc.)

Laag

10

15 %

2

  • -

    Bouwkosten €50.000 tot € 100.000 (dakopbouw, grote aanbouw etc.)

Middel

12

15 %

2

  • -

    Bouwkosten €100,000 tot € 500.000 (woning, uitbreiding hoofdgebouw etc.)

Middel

12

8 %

1

  • -

    Bouwkosten €500.000 tot € 1.000.000 (bedrijfspand, vrijstaande woning etc.)

Middel

6

5 %

1

  • -

    Bouwkosten hoger dan € 1.000.000 (woongebouwen & industriegebouwen)

Hoog

5

3 %

0

Monumentenactiviteit

Middel

8

20 %

2

Archeologieactiviteit

Laag

12

20 %

2

Grondactiviteit

Laag

0

0

0

Veranderen van een weg

Laag

0

0

0

Aanleggen van een in- of uitrit

Laag

3

20 %

0

Houtkapactiviteit

Middel

30

10 %

3

Groenactiviteit (NNN-gebied)

Middel

1

15 %

0

Standplaatsactiviteit

Laag

12

10 %

1

Terrasactiviteit

Laag

3

25 %

1

Ligplaatsactiviteit

Laag

1

10 %

0

Slopen in beschermd dorpsgezicht

Middel

1

30 %

1

Sloopmelding*

Laag

/

/

/

Slopen met asbest*

Middel

/

/

/

Melding brandveilig gebruik

Hoog

3

20 %

0

*Taken door ODWH uitgevoerd (zijn opgenomen in hun eigen uitvoeringsprogramma)

 

4.3 Benodigde uren primaire taken

Om te kunnen beoordelen wat het totaal aantal benodigde uren is voor alle omgevingsvergunning en handhavingszaken in 2026, is voor de VTH-taken ten eerste gekeken hoeveel uren benodigd zijn voor volledige (100%) toetsing en afhandeling van één dossier. Het gaat hierbij om alle werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd met betrekking tot omgevingsvergunningaanvragen en handhavingsprocedures. Bij deze taken horen ook administratieve, inhoudelijke en juridische taken ten behoeve van kwaliteitszorg.

 

Vervolgens is de prioritering uit de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 gebruikt om te bepalen hoeveel diepgang dient te worden gegeven aan de VTH-taken. Hierbij geldt dat hoe hoger de prioriteit, hoe hoger het toetsniveau en hoe meer uren worden besteed aan het dossier. Het vaststellen van de diepgang van toetsing is noodzakelijk omdat immers nooit voldoende capaciteit zal zijn om alle taken uitputtend en volledig uit te voeren. Er dienen kort gezegd keuzes gemaakt te worden. Het gevolg van de vastgestelde prioritering voor het toetsniveau wordt in onderstaand schema weergeven.

 

Prioriteit

Toetsniveau vergunningverlening

Toetsniveau Toezicht

Toetsniveau Handhaving

Laag

Toets van een aanvraag op basisniveau

Visueel toezicht en veiligheidsvoorschriften

Uitsluitend projectmatig

Gemiddeld

Toets op basisniveau en zaak specifieke aandachtspunten

Toetsing op belangrijkste voorschriften

Handhaving bij directe aanleiding

Hoog

Grondige toetsing op alle voorschriften

Toetsing op alle voorschriften

Directe handhaving

 

Als het toetsniveau gecombineerd wordt met de te verwachte werkvoorraad leidt dit tot de urenbesteding voor de primaire taken zoals deze in onderstaand schema wordt weergegeven. Voor toezicht en handhaving geldt nog dat onder de primaire taken, naast de taken die voortvloeien uit verleende omgevingsvergunningen, ook taken vallen die voortkomen uit meldingen en handhavingsverzoeken van inwoners.

 

Benodigde uren op basis van risico-inschatting

Vergunningverlening

Toezicht

Handhaving

Administratief

274

430

50

Inhoudelijk

2370

1569

620

Juridisch

948

193

390

Totaal uren-inschatting

3592

2192

1060

Benodigde FTE 2

2,1

1,3

0,6

 

4.4 Verwachte werkvoorraad voor overige werkzaamheden

Naast de primaire taken, voeren de afdelingen vergunningen, toezicht en handhaving ook overige werkzaamheden uit. In bijlage 1 wordt uiteengezet wat deze werkzaamheden zijn en hoeveel uren hier per onderdeel aan besteed worden. Hierbij is wederom onderscheid gemaakt tussen administratieve, inhoudelijk en juridische uren.

 

4.5 Totaal aantal benodigde uren

Onderstaand schema geeft een samenvattend overzicht van het totaal aan uren benodigd voor de primaire en overige taken (uit bijlage 1) met een vertaling naar de benodigde FTE.

 

Benodigde uren totaal

Vergunningverlening

Toezicht

Handhaving

Primaire taken

3592

2192

1060

Overige werkzaamheden

3000

1120

1485

Totaal uren-inschatting

6592

3312

2545

Benodigde FTE

3,8

1,9

1,5

5. Borging

5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de uitvoering, zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, gerealiseerd wordt en gebord is.

 

5.2 Personeelsformatie

In het vorige hoofdstuk is de benodigde personeelsformatie weergegeven. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de ingevulde ten opzichte van de beschikbare personeelsformatie.

 

Beschikbare FTE

Vergunningverlening

Toezicht

Handhaving

Administratief

1

0

0

Inhoudelijk

3

2

1

Juridisch

1

0

0.5

Totaal FTE

5

2

1,5

 

Voor vergunningverlening geldt dat formatie is voor 5 FTE. Op dit moment is echter slechts 3 FTE van de formatie ingevuld. Dit is op papier onvoldoende om de primaire en overige werkzaamheden uit te voeren. Voor vergunningverlening geldt wel dat de mogelijkheid bestaat om collega’s van team ruimte (afdeling ruimtelijke ordening) in te zetten bij grote drukte en dat ruimte is om externen in te huren of extra FTE in te vullen als dit nodig blijkt.

 

Voor toezicht geldt dat formatie is voor 2 FTE. Op dit moment is 1,75 FTE van de formatie gevuld met personeel in vast dienstverband. Daarnaast wordt nog (tijdelijk) aanvullend ingehuurd om de formatie aan te vullen. De ingevulde FTE in combinatie met inhuur is voldoende om de primaire en overige werkzaamheden uit te voeren.

 

Bij handhaving is de beschikbare formatie van 1,5 volledig gevuld. Dit is voldoende om de om de primaire en overige werkzaamheden uit te voeren.

 

5.3 Vastgelegde werkwijzen

Om de kwaliteit en uniformiteit van de VTH-taken te borgen en te garanderen dat de vastgestelde prioritering (en daarmee samenhangende diepgang van toetsing) worden opgevolgd zijn voor de afdelingen vergunningverlening, toezicht en handhaving verschillende werkwijzen vastgelegd. De werkwijze is voor vergunningverlening vastgelegd in het ‘Handboek vergunningen’ en voor toezicht en handhaving in de ‘Werkinstructie toezicht’. Bij aanvang van het dienstverband van nieuwe medewerkers van VTH, worden deze documenten verstrekt.

 

De volgende werkwijzen zijn voor vergunningverlening vastgelegd:

  • Houden van vooroverleg;

  • Inwinnen (interne en externe) adviezen;

  • Doorlopen reguliere procedure;

  • Doorlopen uitgebreide procedure;

  • Controleren bouwsom en generen leges;

  • Afhandelen van meldingen.

De volgende werkwijzen zijn voor toezicht en handhaving vastgelegd:

  • Werkinstructie buitentoezicht;

  • Toezicht op verleende omgevingsvergunningen;

  • Invullen toezichtsprotocol;

  • Opstellen constateringsrapport.

  • Start- en gereedmelding afhandelen;

  • Werkwijze handhaving.

Periodiek wordt met steekproeven gecontroleerd of conform procesbeschrijvingen gewerkt wordt middels een dossieranalyse.

 

5.4 Evaluatie

Het uitvoeringsprogramma is geldig voor de periode van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027. Vóór het einde van de looptijd wordt dit uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Er wordt dan minimaal beoordeeld of:

  • de activiteiten uit hoofdstuk 3 van dit uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd;

  • afdoende rekening is gehouden met de prioriteitstelling uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027;

  • de verwachte werkvoorraad overeen komt met de uiteindelijk ingediende aanvragen en opgestarte handhavingsprocedures;

  • de vastgelegde werkwijzen nog werkbaar en actueel zijn.

Dit besluit treedt in werking de dag na de dag van bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad.

Aldus besloten in de vergadering van 6 januari 2026.

Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest,

De secretaris, J. Versluis

De burgemeester, E. Jaensch

Bijlage 1: Overzicht urenbesteding aan overige werkzaamheden

 

 

Vergunningverlening 

Toezicht

Handhaving

Categorie

Administratief

Inhoudelijk

Juridisch

Administratief

Inhoudelijk

Juridisch

Inhoudelijk

Juridisch

Raadsvragen

40

60

50

 

10

 

10

25

Bezwaarschriften

200

300

620

 

50

 

30

300

Overleg ketenpartners

100

100

 

 

50

 

10

150

P&C-cyclus (Uitvoeringsprogramma’s)

 

10

 

 

10

 

200

10

Begeleiding stagiairs/trainees

 

100

 

 

100

 

200

 

Facturatie

400

 

 

 

 

 

 

 

Informatieverzoeken (Join, mails en terugbelverzoeken)

220

 

700

100

300

 

100

100

Project ‘handhaving illegale bouwwerken voorerf’

 

100

 

500

100

 

250

100

Totaal uren

960

670

1370

600

620

 

800

685

Totaal uren per werkveld

3000 uren

1120

1485

Totaal FTE

1,7 FTE

0,7 FTE

0,9 FTE