Bekendmaking
Uitvoeringsprogramma vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingswet 2026
Op 6 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024–2027 vastgesteld. In deze strategie zijn de algemene kaders beschreven waarbinnen uitvoering moet worden gegeven aan de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH-taken) onder het regime van de Omgevingswet. Daarnaast wordt hierin uiteengezet welke strategieën, prioriteiten en beleidsdoelen gelden voor de meerjarige beleidsperiode.
In dit Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingswet 2026 (hierna: uitvoeringsprogramma 2026) wordt toegelicht op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de uitvoerings- en handhavingsstrategie in het jaar 2026 en welke financiële en personele middelen daarvoor nodig en beschikbaar zijn.
Zowel dit uitvoeringsprogramma als de uitvoerings- en handhavingsstrategie zijn opgesteld ten behoeve van de VTH-taken die vallen onder het regime van de Omgevingswet. Uitgevoerde werkzaamheden die buiten dit regime vallen (zoals APV-taken en bijzondere wetten) maken geen onderdeel uit van dit uitvoeringsprogramma.
1.2 Doel van het uitvoeringsprogramma
Het vaststellen van een jaarlijks uitvoeringsprogramma is een wettelijke verplichting op grond van de Omgevingswet en artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.
Met het opstellen van uitvoeringsprogramma’s beoogt de gemeente de beleidsdoelen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie te vertalen naar concrete uitvoering. Dit vergroot de kans dat deze doelen daadwerkelijk worden bereikt. Daarnaast wordt in dit uitvoeringsprogramma beoordeeld of de beschikbare financiële en personele middelen toereikend zijn om de gestelde beleidsdoelen te realiseren en VTH-taken uit te voeren.
In hoofdstuk 2 wordt kort inzicht gegeven in recente ontwikkelingen en ontwikkelingen die zich vermoedelijk in het aankomende jaar op het gebied van VTH voordoen. Hoofdstuk 3 beschrijft welke activiteiten worden uitgevoerd om de beleidsdoelen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie te behalen. Hoofdstuk 4 biedt inzicht in de uitvoering van de VTH-taken en geeft daarnaast een overzicht van de benodigde capaciteit. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 uiteengezet op welke wijze de uitvoering van dit uitvoeringsprogramma binnen de organisatie is geborgd.
Op 1 januari 2024 zijn zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Deze wetten hebben grote impact gehad op de werkzaamheden binnen het VTH-gebied. Naast veranderingen in wet- en regelgeving zijn ook diverse maatschappelijke ontwikkelingen van invloed geweest op het VTH-werkveld in deze beleidsperiode. Hieronder wordt nader ingegaan op deze ontwikkelingen.
De Omgevingswet heeft geleid tot een ingrijpende transitie van het omgevingsrecht. Met deze wet zijn de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigd en samengevoegd, met als doel meer samenhang in het beleid te creëren. De wijzigingen in wet- en regelgeving vragen om een geheel nieuwe manier van werken voor overheden, waaronder de gemeente Oegstgeest.
De gemeente heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de implementatie van de Omgevingswet binnen de organisatie. Dankzij deze voorbereidingen was de gemeente goed voorbereid op de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2024. Dit betekent echter niet dat na die datum geen werkzaamheden meer zijn uitgevoerd in het kader van de verdere uitwerking van de Omgevingswet. De invoering van de wet brengt ook op de lange termijn extra werk met zich mee, waarvoor de VTH-organisatie nog steeds de nodige inzet moet leveren.
2.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) heeft tot doel de bouwkwaliteit te verbeteren door de introductie van een (private) kwaliteitsborger die toeziet op de naleving van de bouwregelgeving. Voor bepaalde vergunningplichtige bouwwerken moet een initiatiefnemer een onafhankelijke kwaliteitsborger inschakelen, die verklaart of het bouwwerk voldoet aan de bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het bevoegd gezag speelt bij de toetsing van de aanvraag geen inhoudelijke rol meer ten aanzien van de bouwtechnische voorschriften en houdt hierop ook geen toezicht meer. Dit nieuwe stelsel vereist een aangepaste werkwijze van gemeenten.
In 2025 zijn de eerste Wkb-projecten daadwerkelijk gestart binnen de gemeente Oegstgeest. Naar verwachting zal het aantal projecten in 2026 zowel in omvang als in complexiteit toenemen, mede doordat initiatiefnemers steeds meer gebruik zullen maken van de mogelijkheden binnen het nieuwe stelsel en ook grotere en technisch complexere bouwprojecten worden uitgevoerd.
2.3 Maatschappelijke ontwikkelingen
In 2026 wordt op VTH-gebied in Oegstgeest een toename van complexe vergunningaanvragen en bouwprojecten verwacht, mede door woningbouw, herontwikkeling en verduurzamingsinitiatieven. Tegelijkertijd blijft participatie van burgers en belanghebbenden belangrijk, en wordt ingezet op duidelijke en toegankelijke communicatie om naleving te bevorderen. De gemeente zal projectmatig blijven handhaven bij overtredingen met lage prioriteit, en moet inspelen op maatschappelijke druk rondom milieu, geluid en ruimtelijke overtredingen. Daarnaast blijven digitale dienstverlening en actuele kennis van de Omgevingswet, de Wkb en jurisprudentie essentieel om een effectieve, consistente en rechtszekere uitvoering van VTH-taken te waarborgen.
2.4 Evaluatierapportage uitvoeringsprogramma 2025
Op grond van artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit is het college verplicht jaarlijks te rapporteren over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie.
Voorafgaand aan de vaststelling van dit uitvoeringsprogramma heeft een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma tweeduizendvijfentwintig plaatsgevonden. Uit deze evaluatie zijn de volgende verbeterpunten naar voren gekomen, die zijn meegenomen bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma:
- •
- •
- •
- •
- •
Het vasthouden aan de intensieve en effectieve samenwerking met ketenpartners zoals ODWH en VRHM door middel van behoud en eventueel uitbreiding van vaste overlegmomenten. Hierbij is het belangrijk dat de samenwerking periodiek wordt geëvalueerd en tijdig passende bijsturing plaatsvindt wanneer zich problemen voordoen.
- •
3. Beleidsdoelen en activiteiten
In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de beleidsdoelen en bijbehorende activiteiten (uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie) waar de VTH-organisatie van de gemeente Oegstgeest in 2026 op zal inzetten.
4.2 Verwachte werkvoorraad primaire taken
In de uitvoerings- en handhavingsstrategie is een opsplitsing gemaakt in verschillende categorieën activiteiten die worden uitgevoerd door VTH. Om de verwachte werkvoorraad vast te stellen voor 2026 is allereerst per categorie een inschatting gemaakt hoeveel vergunningaanvragen of vooroverleggen worden ingediend en hoeveel overtredingen/handhavingszaken verwacht worden. Deze schatting wordt in onderstaande tabel weergegeven. In deze tabel staan ook de prioriteiten per categorie weergegeven, zoals vastgesteld in de uitvoerings- en handhavingsstrategie.
|
Aantal verwachte overtredingen 2026 1 |
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
*Taken door ODWH uitgevoerd (zijn opgenomen in hun eigen uitvoeringsprogramma)
4.3 Benodigde uren primaire taken
Om te kunnen beoordelen wat het totaal aantal benodigde uren is voor alle omgevingsvergunning en handhavingszaken in 2026, is voor de VTH-taken ten eerste gekeken hoeveel uren benodigd zijn voor volledige (100%) toetsing en afhandeling van één dossier. Het gaat hierbij om alle werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd met betrekking tot omgevingsvergunningaanvragen en handhavingsprocedures. Bij deze taken horen ook administratieve, inhoudelijke en juridische taken ten behoeve van kwaliteitszorg.
Vervolgens is de prioritering uit de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 gebruikt om te bepalen hoeveel diepgang dient te worden gegeven aan de VTH-taken. Hierbij geldt dat hoe hoger de prioriteit, hoe hoger het toetsniveau en hoe meer uren worden besteed aan het dossier. Het vaststellen van de diepgang van toetsing is noodzakelijk omdat immers nooit voldoende capaciteit zal zijn om alle taken uitputtend en volledig uit te voeren. Er dienen kort gezegd keuzes gemaakt te worden. Het gevolg van de vastgestelde prioritering voor het toetsniveau wordt in onderstaand schema weergeven.
Als het toetsniveau gecombineerd wordt met de te verwachte werkvoorraad leidt dit tot de urenbesteding voor de primaire taken zoals deze in onderstaand schema wordt weergegeven. Voor toezicht en handhaving geldt nog dat onder de primaire taken, naast de taken die voortvloeien uit verleende omgevingsvergunningen, ook taken vallen die voortkomen uit meldingen en handhavingsverzoeken van inwoners.
|
Benodigde FTE 2 |
4.4 Verwachte werkvoorraad voor overige werkzaamheden
Naast de primaire taken, voeren de afdelingen vergunningen, toezicht en handhaving ook overige werkzaamheden uit. In bijlage 1 wordt uiteengezet wat deze werkzaamheden zijn en hoeveel uren hier per onderdeel aan besteed worden. Hierbij is wederom onderscheid gemaakt tussen administratieve, inhoudelijk en juridische uren.
In het vorige hoofdstuk is de benodigde personeelsformatie weergegeven. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de ingevulde ten opzichte van de beschikbare personeelsformatie.
Voor vergunningverlening geldt dat formatie is voor 5 FTE. Op dit moment is echter slechts 3 FTE van de formatie ingevuld. Dit is op papier onvoldoende om de primaire en overige werkzaamheden uit te voeren. Voor vergunningverlening geldt wel dat de mogelijkheid bestaat om collega’s van team ruimte (afdeling ruimtelijke ordening) in te zetten bij grote drukte en dat ruimte is om externen in te huren of extra FTE in te vullen als dit nodig blijkt.
Voor toezicht geldt dat formatie is voor 2 FTE. Op dit moment is 1,75 FTE van de formatie gevuld met personeel in vast dienstverband. Daarnaast wordt nog (tijdelijk) aanvullend ingehuurd om de formatie aan te vullen. De ingevulde FTE in combinatie met inhuur is voldoende om de primaire en overige werkzaamheden uit te voeren.
Bij handhaving is de beschikbare formatie van 1,5 volledig gevuld. Dit is voldoende om de om de primaire en overige werkzaamheden uit te voeren.
Om de kwaliteit en uniformiteit van de VTH-taken te borgen en te garanderen dat de vastgestelde prioritering (en daarmee samenhangende diepgang van toetsing) worden opgevolgd zijn voor de afdelingen vergunningverlening, toezicht en handhaving verschillende werkwijzen vastgelegd. De werkwijze is voor vergunningverlening vastgelegd in het ‘Handboek vergunningen’ en voor toezicht en handhaving in de ‘Werkinstructie toezicht’. Bij aanvang van het dienstverband van nieuwe medewerkers van VTH, worden deze documenten verstrekt.
De volgende werkwijzen zijn voor vergunningverlening vastgelegd:
- •
- •
- •
- •
- •
- •
De volgende werkwijzen zijn voor toezicht en handhaving vastgelegd:
- •
- •
- •
- •
- •
- •
Periodiek wordt met steekproeven gecontroleerd of conform procesbeschrijvingen gewerkt wordt middels een dossieranalyse.
Het uitvoeringsprogramma is geldig voor de periode van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027. Vóór het einde van de looptijd wordt dit uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Er wordt dan minimaal beoordeeld of:
- •
- •
- •
- •
Dit besluit treedt in werking de dag na de dag van bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad.
Aldus besloten in de vergadering van 6 januari 2026.
Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest,
De secretaris, J. Versluis
De burgemeester, E. Jaensch