Monday 16 February 2026
Download original publication:
Publication type:
algemeen verbindend voorschrift (verordening)



Verlegregeling gemeente Oegstgeest 2026

Initulé

 

Verlegregeling gemeente Oegstgeest 2026

 

Nadeelcompensatie bij het verleggen van leidingen

 

1. Algemeen

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • 2.

    dalen: het verticaal naar beneden verplaatsen zonder onderbreking van een leiding;

  • 3.

    nadeelcompensatie: nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 4:126 Awb;

  • 4.

    rijzen: het verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking van een leiding;

  • 5.

    schadeveroorzakend besluit: besluit tot wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 9 tweede lid onder f de verordening;

  • 6.

    vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van de verordening;

  • 7.

    vergoeding: bedrag dat op basis van deze regeling voor nadeelcompensatie in aanmerking komt;

  • 8.

    verordening: Leidingverordening gemeente Oegstgeest 2017;

  • 9.

    verlegkosten: de kosten die de belanghebbende moet maken als gevolg van een schadeveroorzakend besluit;

  • 10.

    verzoek: verzoek om nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 15 van de verordening.

 

Artikel 2

Waar in deze regeling wordt gesproken over het intrekken of wijzigen van een vergunning wordt bedoeld het schadeveroorzakende besluit zoals omschreven in artikel 1.

 

Voor deze regeling wordt in ieder geval de leidingexploitant van wie een vergunning ten gevolge van de uitvoering van werken als bedoeld in artikel 9 tweede lid onder f de verordening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken of gewijzigd, aangemerkt als belanghebbende.

 

2. Algemene bepalingen nadeelcompensatie

 

Artikel 3

Een belanghebbende die verlegkosten moet maken als gevolg van een schadeveroorzakend besluit als bedoeld in artikel 1, kan op grond van artikel 4:126, eerste lid, Awb recht hebben op nadeelcompensatie in de vorm van een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de verlegkosten. Op grond van artikel 15 van de verordening, bevat deze regeling regels over:

  • 1.

    de bepaling van de verlegkosten;

  • 2.

    de bepaling van de hoogte van de vergoeding;

  • 3.

    het verzoek om nadeelcompensatie en de behandeling van het verzoek;

  • 4.

    de wijze van uitbetaling van de vergoeding.

 

Artikel 4

De verlegkosten worden berekend overeenkomstig hoofdstuk 6 van deze regeling. Bij die berekening worden uitsluitend de kosten van ontwerp en begeleiding, uit- en inbedrijfstellen, uitvoering en materiaal betrokken.

 

Artikel 5

Indien een recht op nadeelcompensatie bestaat, wordt de vergoeding als volgt bepaald:

  • 1.

    Indien de vergunning van de belanghebbende binnen vijf jaren na de datum van het onherroepelijk worden van de vergunning door het college wordt ingetrokken of gewijzigd, bedraagt de vergoeding honderd procent (100%) van de verlegkosten, behoudens het bepaalde in artikel 7.

  • 2.

    Indien de vergunning van de belanghebbende door het college wordt ingetrokken of gewijzigd in de periode vanaf vijf (5) tot en met vijftien (15) jaren, gerekend vanaf de datum van het onherroepelijk worden van de vergunning, bedraagt de vergoeding het in de tabel in bijlage 1 genoemde percentage van de verlegkosten.

  • 3.

    Indien de vergunning van de belanghebbende door het college wordt ingetrokken of gewijzigd na vijftien jaren gerekend vanaf de datum van het onherroepelijk worden van de vergunning, wordt geen vergoeding toegekend.

 

Artikel 6

Het college en de belanghebbende zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van de leiding elkaars schade zo veel mogelijk beperken. De werkzaamheden worden uitgevoerd tegen de maatschappelijk laagste kosten. Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van de verlegkosten ten laste van de belanghebbende moet blijven dan uit de toepassing van artikel 5 voortvloeit, kan het college daarvan afwijken.

 

Artikel 7

Het college kent in afwijking van artikel 5 en onverminderd het bepaalde in artikel 4:126, tweede lid, Awb, geen vergoeding van nadeelcompensatie toe als op het moment van de aanvraag van de vergunning door belanghebbende voorzienbaar was dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van het onherroepelijk worden van de vergunning, die vergunning zou kunnen worden gewijzigd of ingetrokken in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin de leiding is gelegen.

 

Artikel 8

Indien als gevolg van de uitvoering van een werk de leiding van een belanghebbende moet of zal rijzen en/of dalen komen de kosten hiervan ten laste van belanghebbende.

 

Artikel 9

  • 1.

    Het college maakt het voornemen tot wijziging of intrekking van de vergunning aan alle bekende belanghebbende leidingexploitanten schriftelijk bekend.

  • 2.

    In de schriftelijke bekendmaking is een omschrijving van het werk en van de uit te voeren werkzaamheden opgenomen met de vermelding van de noodzakelijk te verplaatsen (onderdelen van een) leiding of (onderdelen van) leidingen.

  • 3.

    Indien tevens sprake is van (onderdelen van) aanwezige leidingen die niet noodzakelijk verlegd moeten worden als gevolg van het werk, zal de belanghebbende de gelegenheid krijgen om op eigen kosten die leidingen te rijzen, te dalen, te vervangen of te verwijderen.

 

Artikel 10

Het college streeft naar overeenstemming met de belanghebbende over verplaatsing, uitvoering en planning waarbij een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten altijd het uitgangspunt is. Het college voert hiertoe vooroverleg met de belanghebbende. Het college neemt het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning zo mogelijk op basis van overeenstemming, bereikt in het vooroverleg.

 

3. Verzoek nadeelcompensatie

 

Artikel 11

  • 1.

    De belanghebbende toont bij het indienen van een verzoek om nadeelcompensatie, voor zover mogelijk, aan op welke datum vergunning is verleend voor het aanleggen van de leiding op de locatie waaruit zij moet worden verlegd.

  • 2.

    Indien de belanghebbende de in het eerste lid bedoelde datum niet kan aantonen door overlegging van een schriftelijke vergunning of toestemming, wordt gerekend vanaf de datum waarop het leggen van de leiding volgens de registratie van de belanghebbende is aangevangen.

  • 3.

    Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend dan wel op welke datum met het leggen van de leiding is aangevangen, wordt vermoed dat de betreffende leiding langer dan 15 jaar aanwezig is.

 

Artikel 12

  • 1.

    Het verzoek bevat een naar kostensoort gespecificeerde opgave van de verlegkosten aan de hand van het model opgenomen in bijlage 2.

  • 2.

    Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende belanghebbenden geeft de belanghebbende inzicht in de verdeling van de gezamenlijke kosten.

 

4. Beslissing op verzoek

 

Artikel 13

Indien de opgave van de gespecificeerde verlegkosten minder bedraagt dan €10.000,00 wordt de vergoeding gebaseerd op een vaste prijs overeenkomstig de opgave. In andere gevallen wordt de vergoeding bepaald op basis van voor- en nacalculatie, tenzij het college en de belanghebbende anders zijn overeengekomen.

 

5. Factuur

 

Artikel 14

  • 1.

    Indien de vergoeding is bepaald op basis van een vaste prijs, dient de belanghebbende na het gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ter hoogte van het bedrag van de vergoeding.

  • 2.

    Indien de vergoeding is bepaald op basis van nacalculatie, dient de belanghebbende na vaststelling van de vergoeding en na gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ter hoogte van het bedrag van de vergoeding.

  • 3.

    Betaling van de factuur vindt plaats binnen 60 dagen na de ontvangst ervan.

 

6. Vaststelling verlegkosten

 

Artikel 15

De hoogte van de kosten voor het verleggen van een leiding wordt vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen.

 

Artikel 16

De kosten worden vastgesteld aan de hand van werkelijke verlegkosten. Deze kosten worden onderscheiden in:

  • 1.

    kosten van ontwerp en begeleiding;

  • 2.

    kosten van uit- en inbedrijfstellen;

  • 3.

    kosten van uitvoering;

  • 4.

    kosten van materiaal.

 

Artikel 17

Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat uitsluitend om kosten van:

  • 1.

    overleg en correspondentie;

  • 2.

    directievoering en toezicht houden;

  • 3.

    detail-engineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden;

  • 4.

    verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;

  • 5.

    het juridisch vrij maken van het tracé;

  • 6.

    het aanbesteden van werk; en

  • 7.

    de benodigde vergunningen en leges.

 

Artikel 18

Onder de kosten van het uit- en inbedrijfstellen worden uitsluitend verstaan:

  • 1.

    kosten van het spannings- of productloos maken van de leiding alsmede de kosten van het weer in bedrijf stellen van de leiding;

  • 2.

    kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard.

 

Artikel 19

Onder uitvoeringskosten worden uitsluitend verstaan:

  • 1.

    kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden;

  • 2.

    kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten leidingen;

  • 3.

    kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;

  • 4.

    kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard waaronder begrepen verkeersmaatregelen;

 

Artikel 20

Onder materiaalkosten worden uitsluitend verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

 

7. Overgangs- en slotbepalingen

 

Artikel 21

  • 1.

    Deze regeling is niet van toepassing op werken waarover op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling een overeenkomst is aangegaan tussen de gemeente en de belanghebbende.

  • 2.

    Indien het schadeveroorzakende besluit is genomen vóór de inwerkingtreding van deze regeling, dan wordt een verzoek om nadeelcompensatie als gevolg van dat schadeveroorzakende besluit beoordeeld volgens de regels zoals opgenomen in de overeenkomst met de N.V. Energie- en Watervoorziening Rijnland (E.W.R.) getekend op 19 december 1988 (kenmerk 03-153390-4).

 

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Verlegregeling gemeente Oegstgeest 2026.

 

Ondertekening

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 januari 2026.

 

De Secretaris

 

De Burgemeester