Burgemeester en wethouders van Oegstgeest maken ingevolge artikel 3.7 Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht bekend dat de gemeenteraad op 9 juli 2020 heeft besloten:

  1. te verklaren dat er een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het gebied, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening (bijlage);
  2. op grond van artikel 3.7 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor dit gebied een voorbereidingsbesluit te nemen met identificatienummer NL.IMRO.0579.VBSprtparkOverveer-VA01;
  3. op grond van artikel 3.3. en artikel 3.7 lid 4 Wro te bepalen dat het verboden is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) binnen dit gebied, zoals opgenomen in de bijlage:
  • werken, geen bouwwerken zijnde, dan wel werkzaamheden anders dan de normale onderhoudswerkzaamheden uit te voeren; en/of
  • het gebruik van gronden of bouwwerken te wijzigen;

4. op grond van artikel 3.7 lid 4 Wro te bepalen dat burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning kunnen afwijken van voornoemde verboden voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo met betrekking tot het aanleggen en gebruiken van kunstgrasvelden voor maximaal twee natuurgrasvelden in dit gebied, aangeduid met veld 2 en 3 op de bijlage bij dit besluit, mits voldaan wordt aan de volgende regels:

a. aangetoond wordt dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten:

  • de noodzaak van de aanleg van kunstgrasvelden;
  • bodemkwaliteit;
  • waterhuishouding;
  • ecologische waarden;
  • archeologie;

b. indien sprake is van mogelijke aantasting of vermindering van ecologische waarden door de aanleg van kunstgrasvelden, zullen maatregelen moeten worden getroffen en in stand worden gehouden om deze aantasting of vermindering van ecologische waarden te compenseren;

c. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van kunstgrasvelden te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een landschaps- en natuurdeskundige;

d. zo nodig verbinden burgemeester en wethouders voorschriften aan de omgevingsvergunning met het oog op de instandhouding van ecologische waarden;

5. dit voorbereidingsbesluit in werking te doen treden op de eerste dag na de dag van de bekendmaking;

Gebied voorbereidingsbesluit

Het voorbereidingsbesluit met kenmerk NL.IMRO.0579.VBSprtparkOverveer-VA01 geldt voor het gebied Sportpark Overveer, zoals dat is aangeduid op de bijlage. Deze verbeelding is met het voorbereidingsbesluit ter inzage gelegd.

Aanleiding voorbereidingsbesluit

Geconstateerd is dat voor het aanleggen van kunstgrasvelden geen vergunningplicht geldt, ondanks een gebruiksregel in het bestemmingsplan Poelgeest die het aanleggen van kunstgrasvelden verbiedt. Om deze omissie in het bestemmingsplan te herstellen zal het college zich inspannen om binnen een jaar een ontwerp herziening van het bestemmingsplan ter inzage te leggen, waarmee het aanleggen van kunstgrasvelden (zonder omgevingsvergunning) op deze locatie wordt verboden. Om het gebied - zolang de procedure loopt en een herziening van het bestemmingsplan nog niet in ontwerp ter inzage ligt – te beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen, is voor het gebied een voorbereidingsbesluit genomen.

Inwerkingtreding en werkingsduur

Het voorbereidingsbesluit treedt in werking op 16 juli 2020 en heeft een werkingsduur van een jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding.

Ter inzagelegging voorbereidingsbesluit

Het voorbereidingsbesluit met de bijbehorende tekening (bijlage 1) ligt met ingang van 16 juli 2020 ter inzage op het gemeentehuis van Oegstgeest, Rhijngeesterstraatweg 13 te (2342 AN) Oegstgeest. Het voorbereidingsbesluit en de tekeningen zijn ook digitaal in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Tegen het voorbereidingsbesluit is op grond van artikel 8:5 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met bijlage 2 (Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak) geen bezwaar en/of beroep mogelijk.