Informatie en meldingen wateroverlast
Op basis van uitgevoerde huisbezoeken heeft de gemeente geconcludeerd dat in enkele gevallen van (grond)wateroverlast de oplossingen dicht bij huis zijn gelegen. Met relatief eenvoudige maatregelen op het perceel (in en rond het huis) kunnen problemen worden verholpen. Hieronder volgen een aantal oorzaken en mogelijke oplossingen bij grondwateroverlast:
1. Bepaling grondwaterstand
De grondwaterstand kan op een eenvoudige manier d.m.v. een handgrondboor worden bepaald. Boor het gat tot er onderin sprake is van water, wacht daarna enige dagen tot de grondwaterstand zich heeft gestabiliseerd en meet daarna vanaf de bovenzijde (‘'het maaiveld'') de afstand tot het grondwater. Dit wordt de ‘'ontwateringsdiepte'' genoemd.
2. Hemelwateroverlast
Er kan sprake zijn van hemelwateroverlast. Regenwater wordt niet of niet snel genoeg afgevoerd, blijft liggen en zorgt voor plasvorming. Oorzaken hiervoor kunnen zijn:
- lekkende regenpijpen en / of dakgoten. Er kan dan ook sprake zijn van regenwater dat zich langs de buitengevel een weg baant naar de kruipruimte;
- verstopte dakgoten, kolken, inspectieputjes, hemelwaterafvoeren richting hoofdriool e.d.. Dit kan bijvoorbeeld weer een gevolg zijn van bladafval, grondophoping e.d.;
- overlopende vijvers. Het regenwater zoekt het laagste punt, de vijver loopt vol, loopt vervolgens over als het blijft regenen en zorgt daarmee elders in de tuin voor overlast;
- verkeerd aflopende verharding of grondslag. Het regenwater loopt dan naar de muur toe, blijft daar enige tijd staan en dringt de muur binnen. Er kan ook sprake zijn van te hoog gelegen verharding of grondslag. Hierdoor kan bijvoorbeeld regenwater via (ventilatie-)openingen de kruipruimte of begane grondvloer bereiken;
- ‘'dichtgeslagen'' grondslag. Hiermee wordt bedoeld dat regenwater onvoldoende kan wegzakken in de bodem doordat na verloop van jaren de bodem dichtgeslibd is. Een oplossing kan zijn het spitten van de grond waarbij tegelijkertijd zanderig materiaal wordt verwerkt, verticuteren van grasmatten, maken van opvangbuffers e.d. Ook kan er sprake zijn van afsluitende kleilagen waardoor het water niet naar het grondwater kan wegzakken. In dat geval zullen deze doorbroken moeten worden door bijvoorbeeld dieper te spitten.
3. Grondwateroverlast
Er kan ook sprake zijn van grondwateroverlast. In dat geval is de ‘'ontwateringsdiepte'' (zie boven) te gering en is sprake van een hoge grondwaterstand.
Hoogteligging tuin
Een oorzaak van grondwateroverlast op het perceel zou kunnen zijn een te laag gelegen tuin. In situaties waarin tuinen deels zijn afgegraven om bijvoorbeeld een zitkuil te realiseren neemt de ontwateringsdiepte af. Uitgaande van bijvoorbeeld een gangbare ontwateringsdiepte van 70 cm zal de ontwateringsdiepte ter plaatse van een zitkuil van 50 cm diep slechts 20 cm bedragen. De grondwaterstand bevindt zich dus 20 cm onder het maaiveld en er is sprake van een hoge grondwaterstand die voor problemen zorgt (minder infiltratie, slechte begaanbaarheid, plasvorming). Een oplossing hiervoor kan zijn ophogen met goed doorlatende grond of het plaatsen van een afvoerput.
Hemelwater
In sommige gevallen zorgt hemelwater dat niet of niet snel genoeg wordt afgevoerd (zie boven) voor hoge ‘'grondwaterstanden''. Een relatief lage tuin zorgt dan voor een versterkend effect doordat regenwater ‘'van de buren'' de laaggelegen tuin inloopt.
Ventilatie
(Grond-)wateroverlast manifesteert zich o.a. in vochtige muren, vochtige ruimten, schimmelvorming, afbladderend stucwerk, muffe geurtjes, beslagen ramen e.d. Dit soort effecten kan deels worden tegengegaan door verbetering van de ventilatie. Hierdoor neemt de grondwaterstand niet af doch de effecten meestal wel.
Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van niet goed functionerende ventilatieopeningen door:
- voorwerpen die de opening aan de binnenzijde (denk aan schuren) of buitenzijde blokkeren
- ophoping van bladafval
- aftimmeringen
- te hoog gelegen tuinen of verharding e.d.
Een apart verhaal vormt de ventilatie van (spouw-)muren. Bij een spouwmuur vindt natuurlijke ventilatie plaats vanuit de spouw naar de buitenlucht via de open voegen in het metselwerk. Bij een muur zonder spouw droogt de buitenzijde van de muur door de wind en de zon. Deze ventilatie kan worden belemmerd door bijvoorbeeld aftimmering aan de buitenzijde (denk aan waterdichte Trespaplaten die direct op de muur zijn bevestigd). Het gevolg is dat het vocht niet meer naar buiten kan en zich richting binnenmuur begeeft met de vervelende effecten tot gevolg. Een oplossing zou dan kunnen zijn de aftimmering op rachels te bevestigen, waardoor er een kleine souw ontstaat, in combinatie met het aanbrengen van ventilatieopeningen.
Meer informatie
U kunt in bovengenoemde gevallen contact opnemen met de watercoördinator voor een huisbezoek om polshoogte te nemen, oorzaken vast te stellen en mogelijke oplossingen te bespreken. U kunt hiervoor bellen met de heer Cor Brunt, watercoördinator bij de afdeling VROM/Civiele Werken, tel. 071 519 1793 of e-mail: info@oegstgeest.nl.

