Archeologische onderzoeken
Uitgangspunt van het Verdrag van Malta is om zoveel mogelijk archeologie in situ, oftewel in de bodem te bewaren. Wanneer het niet anders kan, moeten de archeologische resten ex situ bewaard worden en de contexten van alle vondsten onderzocht worden. Er zijn diverse mogelijkheden om de mogelijk aanwezige archeologie te onderzoeken.
Bureauonderzoek
Vaak wordt er gestart met een bureauonderzoek, zodat onderzocht kan worden wat de archeologische verwachting in het gebied zal zijn. Daarnaast levert het de informatie op in hoeverre de archeologie verstoord zal worden door de geplande bodemingreep. Op basis van alle bekende informatie zoals archeologische rapportages, kaartmateriaal en vondstvermeldingen wordt er achter een bureau een samenvatting gemaakt van alles wat er ten aanzien van de archeologie in dat gebied bekend is. Het doel van een bureauonderzoek is het verduidelijken wat het vervolg van het onderzoek zal zijn.
Inventariserend veldonderzoek
Een inventariserend onderzoek wordt gebruikt om te controleren of de archeologische verwachting van een gebied juist is. Het bureauonderzoek wordt door dit onderzoek zeer gericht aangevuld. Daarnaast wordt onderzocht of er archeologische waarden aanwezig zijn. Er zijn diverse mogelijkheden om de bodem te inventariseren, waaronder het uitvoeren van boringen of proefsleuven. Hierbij onderzoekt een acheoloog de bodemopbouw en de mogelijke aanwezigheid van archeologische indicatoren in de bodem.
Definitief onderzoek
Na een inventariserend veldonderzoek kunnen de archeologen tot op zekere hoogte weten welk deel van het gebied archeologisch interessant is. Vervolgens wordt bepaald hoe met de archeologie omgegaan moet worden. In een aantal gevallen kan worden besloten dat een definitief onderzoek noodzakelijk is en dat de archeologische resten opgegraven worden. Ook is het mogelijke om een archeologische begeleiding bij graafwerkzaamheden in te zetten, hierdoor wordt het onderzoek minder intensief en kost het minder tijd. Tot slot is behoud in situ ook nog een mogelijkheid. Dan vindt er geen archeologisch onderzoek plaats, maar blijft alles in de bodem bewaard.
Inmeten van grondsporen bij definitief veldonderzoek.

